Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 5.1

Artikel 38

Weigeringsgronden

Onderdeel van Huisvestingsverordening Den Haag 2015 – 2019

1.. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 kan worden geweigerd als: naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang; het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand. uit een bibob-toets, conform de beleidslijn voor de toepassing van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur van de gemeente Den Haag, een negatief oordeel ten aanzien van het verlenen van de vergunning voortvloeit. 2.. Een vergunning, als bedoeld in artikel 35, onder c, kan ook worden geweigerd, indien de woning is gelegen in één van de kwetsbare gebieden (Schildersbuurt, Transvaalkwartier, Regentessekwartier (excl. Koningsplein e.o.), Valkenboskwartier (excl. Heesterbuurt), Rustenburg en Oostbroek en Laakkwartier (excl. Laakhavens West en Spoorwijk). 3.. Een vergunning, als bedoeld in artikel 35, onder d, kan ook worden geweigerd, indien daardoor één of meer zelfstandige woonruimten ontstaan van 40 m² of minder woonoppervlak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel