**1..** De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:
besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;
relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;
wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.
**2..** De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.
**3..** De subsidieontvanger is aan het college in de gevallen als bedoeld in artikel 4:41 lid 2 Algemene wet bestuursrecht een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd.
**4..** De wijze waarop de hoogte van de in lid 3 bedoelde vergoeding wordt bepaald, wordt vermeld in de beschikking tot subsidieverlening, subsidievaststelling of subsidiebeëindiging.
**5..** Bij de bepaling van de hoogte van de in lid 3 bedoelde vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt. Met dien verstande dat ingeval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
**6..** Indien het de waarde van onroerende zaken betreft geschiedt de waardebepaling als bedoeld in lid 5 door een onafhankelijke deskundige.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 12.
Overige verplichtingen van de subsidieontvanger
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Dinkelland 2011