**1..** Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro , dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college.
**a..** bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;
**b..** bij een per boekjaar verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 september in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 8 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.
**2..** De aanvraag tot vaststelling bevat:
een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht;
een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop en
het in lid 2b genoemde financieel verslag wordt voorzien van een verklaring van een accountant, inzake de rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven. Het onderzoek van de accountant is mede gebaseerd op de subsidieovereenkomst en/of subsidiebeschikking.
**3..** Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 15.
Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Dinkelland 2011