De subsidie kan met inachtneming van artikel 2, lid 3 van deze verordening en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen worden geweigerd als:
activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht op de gemeente of haar ingezetenen of niet ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
de aanvrager met winstoogmerk werkzaam is;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens, het algemeen belang of openbare orde;
de aanvrager niet beschikt over de vergunning(en), indien deze voor de uitvoering van de activiteiten vereist is (zijn);
de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
in die activiteiten op een naar het oordeel van het college toereikende wijze anders wordt voorzien;
activiteiten uitgevoerd worden in een accommodatie die niet mede bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor personen met een lichamelijke beperking;
de activiteiten betrekking hebben op partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming;
de activiteiten niet openstaan voor alle groeperingen of personen, zonder onderscheid naar ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 8.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Dinkelland 2011