Naar hoofdinhoud
1.. Het college is bevoegd om in het belang van de kwaliteitsverbetering van de bestaande bebouwing in het aangewezen gebied als bedoeld in artikel 1 sub a en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, gemeentelijke stimuleringsleningen en subsidies te verlenen, weigeren, vast te stellen en in te trekken. 2.. Het college is bevoegd de bij deze verordening behorende gevelvisies per pand (bijlagen 2 t/m 14 ) aan te vullen c.q. te wijzigen en nieuwe gevelvisies en duidingen van gewenste en ongewenste wijzigingen per pand toe te voegen. Aangepaste gevelvisies, nieuwe gevelvisies en nieuwe of aangepaste duidingen van gewenste en ongewenste wijzigingen behoeven vooraf de instemming van de welstandscommissie. 3.. Voor panden gelegen in het aangewezen gebied, kunnen de betreffende eigenaren van panden waarvoor geen Visie gevelbeeld is gemaakt, aan het college verzoeken een “Visie gevelbeeld” of “Duiding gewenste en ongewenste wijzigingen” voor hun pand vast te stellen. Zolang het subsidieplafond nog niet is bereikt komen in ieder geval de panden genoemd op bijlage 15 bij deze verordening daarvoor in aanmerking. Het college kan aan het verlenen van gemeentelijke stimuleringsleningen en subsidies nadere voorschriften en voorwaarden verbinden. 4.. Het college kan voor de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen met betrekking tot: de normen voor de goedgekeurde kosten en de geaccepteerde subsidiabele kosten. de wijze van specificatie van de goedgekeurde kosten en de geaccepteerde subsidiabele kosten. de wijze waarop, bij een gemeenschappelijke aanpak, de uitvoering van de werkzaamheden juridisch en financieel wordt georganiseerd. de wijze waarop bij een Vereniging van Eigenaren de subsidieaanvraag voor zowel het appartement als voor de gemeenschappelijke onderdelen van het casco wordt ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel