Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op:
2, bij een vaartuig met een lengte van ten hoogste 7 meter;
2,02, bij een vaartuig met een lengte van 7 meter en meer, doch ten hoogste 10 meter;
2,09, bij een vaartuig met een lengte van 10 meter en meer.
het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:
14, voor vaartuigen met een lengte tot 7 meter;
25, voor vaartuigen met een lengte van 7 meter en meer, doch ten hoogste 10 meter;
25, voor vaartuigen met een lengte van 10 meter en meer.
Artikel 7
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting 2016