In afwijking van artikel 4, 1e lid van de Wet geurhinder en
veehouderij gelden in de gemeente Opmeer de volgende minimale afstanden
tussen het emissiepunt van de stal en de gevel van een geurgevoelig object
(GGO) met het daarbij behorende maximaal aantal te houden dieren:
Locatie geurgevoelige objecten (GGO)
Minimale afstand gevel stal- gevel GGO
Minimale afstand emissiepunt stal- gevel GGO
Maximaal aantal dieren waarvoor een vaste afstand
geldt
Binnen de bebouwde kom:
·woongebieden met een stedelijk karakter
50
Van 100 meter verkleinen naar 50 *)
150 stuks melkrundvee, excl. vrouwelijk
jongvee**)
255 stuks melkrundvee, inclusief vrouwelijk
jongvee**)
38 paarden**)
38 landbouwhuisdieren anders dan hierboven
vermeld**)
·woongebieden met een landelijk karakter
50
Van 100 meter verkleinen naar 50 *)
200 stuks melkrundvee, excl. vrouwelijk
jongvee**)
340 stuks melkrundvee, inclusief vrouwelijk
jongvee**)
50 paarden**)
50 landbouwhuisdieren anders dan hierboven
vermeld**)
Buiten de bebouwde kom
25
Van 50 meter verkleinen naar 25 *)
200 stuks melkrundvee, excl. vrouwelijk
jongvee***)
340 stuks melkrundvee, inclusief vrouwelijk
jongvee***)
50 paarden***)
50 landbouwhuisdieren anders dan hierboven
vermeld***)
*) Hierbij wordt uitgegaan van het standstil beginsel.
De afstand van het emissiepunt van de bestaande stallen
tot de geurgevoelige objecten mag bij
uitbreidingen/wijzigingen van de stallen niet verder
worden verkleind. Bij de realisatie van nieuwe
geurgevoelige objecten mag de afstand tot de
dichtstbijzijnde stal niet kleiner zijn dan de afstand
tussen de bestaande geurgevoelige objecten en deze
stal.
**) Als de minimale afstand gevel stal –gevel GGO tussen
de 50 en 100 meter is gelegen mag het aantal dieren
groter zijn dan aangeven in de tabel naarmate deze
afstand groter is. Dit aantal dieren wordt als volgt
berekend bij GGO binnen de bebouwde kom: (minimale
afstand gevel stal –gevel GGO)/100 *2*(max. aantal
dieren in tabel).
***) Als de minimale afstand gevel stal –gevel GGO
tussen de 25 en 50 meter is gelegen mag het aantal
dieren groter zijn dan aangeven in de tabel naarmate
deze afstand groter is. Dit aantal dieren wordt als
volgt berekend bij GGO buiten de bebouwde kom: (minimale
afstand gevel stal –gevel GGO)/50 *2*(max. aantal dieren
in tabel).
Voorbeeld: minimale afstand gevel dichtstbijzijnde stal
– gevel GGO is 60 meter in de bebouwde kom (woongebied
met landelijk karakter): er kunnen dan 60/100*2*200 =240
stuks melkrundvee worden gehouden.
Voor nieuw te bouwen stallen gelden de in de bovengenoemde tabel genoemde
maximale aantallen dieren niet onder de volgende voorwaarden:
De gevel van de nieuw te bouwen stal moet zijn gelegen op ten minste
50 meter afstand van geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom
en ten minste 100 meter van geurgevoelige objecten binnen de
bebouwde kom.
De gevels van de bestaande en vergunde stalruimten moeten op ten
minste 25 meter afstand zijn gelegen van geurgevoelige objecten
buiten de bebouwde kom en ten minste 50 meter van geurgevoelige
objecten binnen de bebouwde kom.
In bestaande en vergunde stalruimten die gelegen zijn op minder dan
50 meter afstand van geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom
en/of minder dan 100 meter van geurgevoelige objecten binnen de
bebouwde kom mag het aantal dieren niet verder toenemen.
Artikel 3:
Andere waarden voor de afstand
Onderdeel van Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Opmeer 2012