Deze beleidsregel wordt aangehaald als de ‘Beleidsregel verlagen van de bijstand in verband met de woonsituatie en de inkomsten uit commerciële (onder-)verhuur Participatiewet’.
ALGEMENE TOELICHTING
De Participatiewet biedt het college de mogelijkheid de bijstandsnorm van een belanghebbende lager vast te stellen, voor zover de belanghebbende lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning (artikel 27 Participatiewet). Immers, als iemand geen woonlasten heeft, heeft hij of zij lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Dit is geen nieuwe bevoegdheid. Ook in de Wet werk en bijstand (WWB) had het college de bevoegdheid een uitkering van een belanghebbende te verlagen, indien de belanghebbende geen woning bewoonde of indien de belanghebbende een woning bewoonde, waaraan geen kosten waren verbonden. De WWB verplichtte de raad dit beleid vast te leggen in een verordening.
In Midden-Delfland was het toeslagen- en verlagingenbeleid vastgelegd in de ‘Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012 gemeente Midden-Delfland’. Met het van kracht worden van de Participatiewet is deze verordening van rechtswege vervallen. Het college kan sindsdien het beleid omtrent het verlagen van de uitkering wegens het ontbreken van woonlasten desgewenst vastleggen in beleidsregels. Deze beleidsregel voorziet hierin.
Daarnaast is met de invoering van de Participatiewet ook de kostendelersnorm ingevoerd. Dit betekent dat de bijstandsnorm lager wordt vastgesteld, al naar gelang de bijstandsgerechtigde met een of meerdere meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. De kostendelersnorm is niet van toepassing indien op een adres een andere persoon woonachtig is, bijvoorbeeld als (onder-)huurder, (onder-)verhuurder, kostganger of kostgever en deze een commerciële prijs betaalt. In de Participatiewet is niet vastgelegd wat een commerciële prijs is. Met deze beleidsregel legt het college vast wat zij onder een commerciële prijs verstaan. Is er sprake van een commerciële (onder-)verhuur, dan worden de huurinkomsten bij de verhuurder (indien deze een uitkering ontvangt), op de uitkering in mindering gebracht. Indien er geen sprake is van commerciële (onder-)huur of (onder-)verhuur, dan geldt de kostendelersnorm.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 8