Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2016

1.. Indien wordt geparkeerd op parkeerapparatuurplaatsen is geen parkeerbelasting verschuldigd indien een Europese gehandicaptenparkeerkaart van buitenaf duidelijk leesbaar achter de voorruit van het motorvoertuig is aangebracht, met dien verstande dat wel parkeerbelasting is verschuldigd op parkeerterreinen, waarop het Kentekenparkeren, zoals omschreven in artikel 1, lid i, van deze verordening, van toepassing is. 2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschied door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. 3.. De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel