Dit artikel bevat de gronden waarop een aanvraag voor subsidie geweigerd kan worden.
Onder a opgenomen dat een aanvraag wordt afgewezen als er onvoldoende andere financieringsbronnen zijn gevonden. In bijlage 1 is beschreven dat subsidieaanvragen vanaf € 25.000 een gedeelte van het benodigde budget niet het hele bedrag aan kunnen vragen. Een deel van het geld moet gevonden worden in andere financieringsbronnen. Voor professionele organisaties geldt een minimaal percentage cofinanciering van 33%, voor vrijwilligers(zelf)organisaties een minimaal percentage van 10% van het begrootte bedrag. De gemeente gaat ervan uit dat het voor professionele organisaties makkelijker is andere financieringsbronnen te vinden.
Onder b is bepaald dat een aanvraag wordt afgewezen als de activiteit onvoldoende aanvullend is op de al bestaande activiteiten van andere organisaties of zich daar niet of in onvoldoende mate van onderscheidt. Hiermee wil de gemeente voorkomen dat zij elkaar overlappende activiteiten subsidieert, en stimuleren dat initiatiefnemers elkaar opzoeken en gaan samenwerken als hun plannen dicht bij elkaar liggen.
Onder c is bepaald dat de aanvraag wordt afgewezen als de activiteiten in tegenspraak zijn met gemeentelijk beleid op andere beleidsterreinen. Dit om te voorkomen dat de gemeente op het ene terrein beleid vast stelt, en op een ander terrein, in dit geval burgerschap en diversiteit, een subsidieaanvraag die hiermee in tegenspraak is, toch moet honoreren. Concreet voorbeeld hiervan zijn subsidieaanvragen voor huiswerkbegeleiding door vrijwilligersorganisaties, terwijl het beleid van onderwijs is om huiswerkbegeleiding door professionele organisaties te laten geven.
Activiteiten die uitsluitend gericht zijn op ontmoeting binnen de eigen groep, op cultuur of sport of religie of die uitsluitend een commerciële doelstelling hebben, worden onder d uitgesloten van subsidie.
Voor aanvragen boven € 1.000,- , is het ontbreken van een projectbeschrijving een weigeringsgrond.
Juridische aspecten
ASA 2013
De ASA 2013 (ASA) voorziet in de mogelijkheid om op een aantal terreinen nadere regels op te stellen. Met nadere regels worden de bepalingen uit de ASA verder uitgewerkt. De subsidieregels burgerschap en diversiteit zijn nadere regels onder de ASA.
Bij het opstellen van de subsidieregels burgerschap en diversiteit is de keuze gemaakt om geen bepalingen op te nemen die al in de ASA of de Awb staan. Zo wordt het vaststellen van overbodige regels en een onnodig lange regeling voorkomen.
Dat betekent wel dat de gebruiker zich er van bewust moet zijn dat er in de ASA en in de Awb (titel 4.2) bepalingen staan die van toepassing kunnen zijn. Het gaat daarbij niet alleen om facultatieve bepalingen maar ook bepalingen van dwingend recht. Dat betekent bijvoorbeeld dat er niet meer gegevens worden gevraagd dan nodig is, met zo min mogelijk administratieve lasten als gevolg, zowel voor de subsidieontvanger als voor de subsidieverstrekker.
De subsidieregels zijn, conform de ASA, ingedeeld in drie categorieën:
1. subsidies tot en met € 5.000 (kleine subsidies);
2. subsidies vanaf € 5.000 tot en met € 50.000 (middelgrote subsidies).
3. subsidies vanaf € 50.000 (grote subsidies)
Om in aanmerking te komen voor subsidie geldt als uitgangspunt dat het aantal eisen en verplichtingen waaraan moet worden voldaan lager is naarmate het aangevraagde bedrag lager is. Dat blijkt ook in deze subsidieregels, door het lichte regime voor de aanvraag van kleine subsidies en de mate van verantwoording en de manier waarop de subsidie wordt vastgesteld. Voor subsidies onder € 5.000 stelt het college de subsidie direct vast en is geen formele verantwoording verplicht.
In deze subsidieregels is niets opgenomen over de verantwoording en vaststelling van de subsidie, omdat volledig wordt aangesloten bij de bepalingen in de ASA.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 12
Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling burgerschap en diversiteit