Naar hoofdinhoud
1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte. 2. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een (tijdige) aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en de belasting middels een ambtshalve aanslag op te leggen. Een ambtshalve aanslag wordt gebaseerd op: Het aantal overnachtingen/etmalen van het betreffende belastingobject waarvoor in voorafgaand belastingjaar toeristenbelasting verschuldigd was. Dit aantal wordt met 10% verhoogd; Het aantal overnachtingen/etmalen bepaald op basis van een redelijk te schatten aantal overnachtingen/etmalen, een en ander in vergelijking met andere vergelijkbare objecten, wanneer het belastingobject in voorafgaand jaar niet in de toeristenbelasting is betrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel