1. De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is
gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het
belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van
aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk
aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid,
onderdeel b, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging
tot het doen van aangifte.
2. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een
uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij
gebrek aan een (tijdige) aangifte door belastingplichtige, de
grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten
en de belasting middels een ambtshalve aanslag op te leggen. Een
ambtshalve aanslag wordt gebaseerd op:
Het aantal overnachtingen/etmalen van het betreffende
belastingobject waarvoor in voorafgaand belastingjaar
toeristenbelasting verschuldigd was. Dit aantal wordt met
10% verhoogd;
Het aantal overnachtingen/etmalen bepaald op basis van een
redelijk te schatten aantal overnachtingen/etmalen, een en
ander in vergelijking met andere vergelijkbare objecten,
wanneer het belastingobject in voorafgaand jaar niet in de
toeristenbelasting is betrokken.
Artikel 15A
Aangifteplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2015