1. In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regelen vast. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.
2. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.
3. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de beëindiging. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.
4. Zonodig blijven de organen van de veiligheidsregio ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.