Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.5

Sociale netwerk

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2015

Kunnen de beperkingen worden verminderd of weggenomen met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk? Het college beoordeelt bij elke hulpvraag in hoeverre er hulp geboden wordt of kan worden vanuit het sociale netwerk. De wet omschrijft het sociale netwerk als personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. Onder huiselijke kring dient volgens de wet te worden verstaan een familielid, een huisgenoot of een mantelzorger. Andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt betreft personen met wie de cliënt regelmatig contacten onderhoudt, zoals buren of medeleden van een vereniging. De vraag of er personen in het sociale netwerk zijn aan wie de cliënt hulp zou kunnen en mogen vragen wordt volgens de wetgever als redelijk beschouwd. Van belang is dat vraagverlegenheid van de cliënt en handelingsverlegenheid bij personen uit het sociale netwerk dienen te worden doorbroken. Daarom is het goed om hier nadrukkelijk bij stil te staan tijdens het onderzoek zoals verricht wordt na de melding. Er dient bij de afweging ook altijd gekeken te worden naar eventuele zorg die ingezet wordt door vrijwilligers, maatjes, buurthuis, telefooncirkel, etc. Voorbeelden Indien de cliënt wegens zijn beperkingen niet in staat is tot het doen van de boodschappen, of niet in staat is tot het zelfstandig bezoeken van instanties, zal het college onderzoeken of een beroep op de buren of vrienden tot de opties behoort. Ook als de cliënt tijdelijk niet in staat is zich per vervoermiddel te verplaatsen binnen de eigen leefomgeving, mag van de cliënt verwacht worden om binnen het sociale netwerk om hulp te vragen.

Rechtspraak bij dit artikel