**1..** Het college stelt jaarlijks voor 1 november de maximum uurprijs per (VVE-)peuterplaats vast, als grens voor de vast te stellen subsidie.
**2..** Het college stelt jaarlijks voor 1 november de VVE-vergoeding vast.
**3..** Het college stelt jaarlijks voor 1 november de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vast. Deze is gebaseerd op de tabel van de kinderopvangtoeslag.
**4..** De grondslag voor het subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de peuterspeelzaal.
**5..** Het college subsidieert het door de houder werkelijk gehanteerde uurtarief. Als het gehanteerde uurtarief hoger is dan het vastgestelde maximum uurtarief, dan wordt het maximum uurtarief gehanteerd.
**6..** Het college subsidieert de volgende activiteiten:
per bezette peuterplaats 6 uren per week maal het uurtarief minus de geldende ouderbijdrage;
per bezette VVE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 12 uren per week maal het uurtarief minus de geldende ouderbijdrage;
per bezette VVE-peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag 6 uren per week maal het uurtarief.
**7..** Naast de in lid 2 genoemde subsidiebedragen stelt het college een VVE-vergoeding beschikbaar. Deze subsidie wordt verstrekt voor peuters die een VVE-peuterplaats bezetten, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien een doelgroeppeuter de VVE-plaats niet het gehele jaar bezet, wordt de toeslag naar rato verstrekt.
**8..** Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers.
Artikel 3
De grondslag voor het subsidie
Onderdeel van Nadere regels subsidie peuterspeelzalen Vlaardingen