Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Regels voor Persoonsgebonden Budget (PGB)

Onderdeel van Regeling Jeugdhulp gemeente Aa en Hunze 2015

1.. De ouder of zijn jeugdige hebben aanspraak op een persoonsgebonden budget indien: de jeugdige of zijn ouders op eigen kracht, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger, voldoende in staat wordt geacht tot een redelijke waardering van de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoordelijke manier uit te voeren; de jeugdige of zijn ouders zich in een plan voldoende gemotiveerd op het standpunt stellen waarom de ouders en de jeugdige de jeugdhulpvoorziening als persoonsgebonden budget wensen te krijgen en waarom de voorzieningen in natura niet passend zijn; is gewaarborgd dat de jeugdhulpverlening voldoet aan de kwaliteitseisen van de wet en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 2.. Aan het persoonsgebonden budget zijn de volgende verplichtingen verbonden: de jeugdige en zijn ouders stellen een plan op; het persoonsgebonden budget mag niet worden besteed aan een voorziening die voorde jeugdige en zijn ouders als algemeen gebruikelijk wordt geacht; uit het persoonsgebonden budget mogen geen personen uit het sociale netwerk worden betaald, tenzij dat leidt tot effectievere en meer doelmatige ondersteuning; uit het persoonsgebonden budget mogen geen bemiddelingskosten, administratieve kosten, vrij besteedbaar bedrag eenmalige uitkering en reiskosten worden betaald. het persoonsgebonden budget moet binnen zes maanden na toekenning zijn aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden; de jeugdige of zijn ouders die aangewezen zijn op jeugdhulpverlening besteden het persoonsgebonden budget niet aan een persoon welke tot zijn leefeenheid behoort die feitelijk gebruikelijke hulp op zich moet nemen, maar daartoe niet in staat is wegens 3.. De jeugdige of zijn ouders aan wie een persoonsgebonden budget is verleend, komt met de zorgverlener een schriftelijke overeenkomst overeen waar ten minste afspraken in zijn opgenomen over het tarief; de kwaliteit van de jeugdhulpvoorziening. een zorgplan waarin onderbouwd wordt hoe het beoogde resultaat van de jeugdhulpvoorziening wordt bereikt; en de wijze van declareren waarbij opgenomen wordt dat op een declaratie vermeld staat op welke dagen hoeveel uur is gewerkt, wie de zorg heeft verleend, hoe factuurbedrag is opgebouwd en dat elke factuur wordt ondertekend door de zorgverlener. 4.. De jeugdige of zijn ouders aan wie een persoonsgebonden budget is verleend draagt er zorg voor dat een hulpverlener op wie het Arbeidstijdenbesluit niet van toepassing is niet meer dan veertig uur in een week voor hem werkzaamheden verricht.

Rechtspraak bij dit artikel