Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of
anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt
gebruikt:
langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
plaatsen of te hebben op een door het college
aangewezen weg;
op een door het college aangewezen plaats te
parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
lid, aanhef en onder a, gestelde verbod, indien dit naar
zijn oordeel niet buitensporig is met het oog op de
verdeling van beschikbare parkeerruimte of niet schadelijk
is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
caravan- en tentenverordening, het Provinciaal wegenreglement of de
provinciale landschapsverordening.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 1
Artikel 5:6
Kampeermiddelen e.a.
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Renkum 2010