**1..** Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder
‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;
grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld;
**2..** Voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel aangemerkt:
de onroerende zaak, bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;
een binnen de gemeente gelegen roerende zaak;
een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Hoofdstuk I
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016