In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan:
wet: Wet milieubeheer;
inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of innemen
van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling
worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen
daarvan;
ter inzameling aanbieden: de wijze van overdragen van
afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie,
inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door
of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste
inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe
aangewezen plaats;
inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen
bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een
(huisvuil)zak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big
bag, ten behoeve van één huishouden;
inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen
bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een
(ondergrondse) verzamelcontainer, (ondergrondse)
wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere
huishoudens;
inzameldienst: de krachtens artikel 2, eerste lid,
aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van
huishoudelijke afvalstoffen;
andere inzamelaars: de krachtens artikel 2, tweede lid,
aangewezen personen en instanties, belast met het
afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke
afvalstoffen;
gebruiker van een perceel: degene die in de gemeente
feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
afvalstoffen geldt;
straatafval: huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte
omvang en gewicht, zoals proppen, papier, sigarettenpeuken,
kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal,
etenswaren, niet zijnde klein chemisch afval, ontstaan
buiten een perceel;
wegen: de wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
b van de Wegenverkeerswet 1994;
motorrijtuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994;
overtreder:
degene die het te handhaven voorschrift
daadwerkelijk schendt;
die persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen
herleid kunnen worden;
degene die de overtreding doet of laat plegen of een
ander daartoe aanzet.
openbare ruimte:
alle voor het rij- en ander verkeer openstaande
wegen en paden en de tot de wegen enpaden behorende
bermen en zijkanten, alsmede de voor eenieder
toegankelijke parkeerterreinen en
parkeergarages;
de –al dan niet met enige beperking- voor het
publiek toegankelijke pleinen en open
plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen
en andere natuurterreinen;
de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen,
portieken, gangen, passages engalerijen, welke
uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde
ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
4.andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet
afsluitbare stoepen, trappen, portieken,gangen,
passages en galerijen; de afsluitbare alleen
gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege
degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is,
zijn afgesloten.
Paragraaf 1.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Afvalstoffenverordening gemeente Eersel 2014