In deze verordening wordt verstaan onder:
Huishouden: alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een
(duurzame) gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan
voeren;
Huurtoeslaggrens: de jaarlijks door de rijksoverheid
vastgestelde maximum huurgrens, waaronder welke gesproken wordt
van sociale huurwoningen en huurder in aanmerking kan komen voor
huurtoeslag. Boven deze grens wordt gesproken van
geliberaliseerde of vrije sector woningen, waarbij de
verhuurders meer vrijheid hebben de huurprijs te bepalen. Per 1
januari 2015 ligt de huurtoeslaggrens op €710,68. Deze wordt
jaarlijks geïndexeerd.
Inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van
een woning die door een ander huishouden in gebruik is
genomen;
Maatschappelijke binding: binding als bedoeld in artikel 14,
derde lid onder b van de wet;
Mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet
maatschappelijke ondersteuning 2015, zijnde hulp ten behoeve van
zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang,
jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en
overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die
rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande
sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een
hulpverlenend beroep;
Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte
bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke
niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit
daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
woonruimte;
Studentenwoonruimte: een zelfstandige woning bestemd voor
studentenhuisvesting waar op basis van een campuscontract
gehuurd kan worden;
Wet: Huisvestingwet 2014;
Woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel
70 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente Den
Helder;
Woningzoekende: huishouden dat in het door de woningcorporaties
bijgehouden woningregister is ingeschreven.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1.1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2015 gemeente Den Helder