Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Algemene wet: de Algemene wet op de rijksbelastingen van 2 juli 1959 (Stb.301); dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren; drijvend verkooppunt: een vaartuig van waaruit goederen ter verkoop worden aangeboden; drijvend werktuig: een vaartuig in gebruik als drijvende bok, kraan, baggermolen of zandzuiger; halfjaar: een aaneengesloten tijdvak van 6 maanden; Invorderingswet : de Invorderingswet 1990 (Stb.221); jaar: een aaneengesloten tijdvak van 12 maanden; kwartaal: een aaneengesloten tijdvak van 3 maanden; laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen de waterverplaatsing van het schip bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige schip; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen; meetbrief: het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel juncto het besluit van 24 oktober 1983, (Stb.548 Besluit Binnenschependocumenten); passagiersschip: een vaartuig dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; pleziervaartuig: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip of zeilend bedrijfsvaartuig; sleepboot : een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen; tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel; termijn: een in de tabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven of kade plaatsvindt; ton: een massa van 1.000 kilogram; vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvend lichaam een geheel uitmakende voorwerpen; vrachtschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het vervoeren van goederen; weekend: tijdvak van vrijdag 19.00u tot de daaropvolgende maandag 7.00u. woonschip: een vaartuig, uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik als woning; zeeschip: een vaartuig, in de zin van de Wet op de omzetbelasting, gebouwd voor het varen op volle zee, overeenkomstig de Gecombineerde Nomenclatuur onder de posten 89.01, 89.02 en 89.04 tot en met 89.06; zeilend bedrijfsvaartuig: een vaartuig, geen passagiersschip zijnde, dat overwegend of geheel met behulp van zeilen wordt voortgestuwd en dat hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het vervoer van personen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel