1.Nadat een bevoegd gezag een gebouw of terrein niet meer nodig heeft voor de huisvesting van een school wordt het gebruik ervan zo spoedig mogelijk beëindigd, doch uiterlijk op de datum genoemd in de door het college en het bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte of de datum zoals vastgelegd door gedeputeerde staten bij de beslissing inzake een geschil over de totstandkoming van een gezamenlijke akte.
2.Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig onderhoud, wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een staat van onderhoud opgemaakt.
3.De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het college na overleg met het bevoegd gezag.
4.Als uit de staat van onderhoud blijkt dat er sprake is van achterstallig onderhoud, wordt in het overleg vastgesteld:
a.welk deel hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt; en
b.of het bevoegd gezag opdracht verstrekt voor de werkzaamheden of dat het bevoegd gezag een in overleg vast te stellen bedrag aan het college betaalt.
5.Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege indien dit naar het oordeel van het college niet nodig is.
Hoofdstuk 5
Artikel 32
Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Bergen op Zoom 2015