In deze verordening wordt verstaan onder:
bevestigingsmateriaal: ogen, haken, palen en dergelijke om vaartuigen aan vast te leggen;
college: het college van burgemeester en wethouders;
inrichting: een constructie in of boven het water;
ligplaats: een plek aan de waterkant waarvan het college conform artikel 3, vijfde lid, aanhef en onder b, de afmetingen bepaalt;
schipper: degene, die op een vaartuig met de leiding is belast of feitelijk de leiding in handen heeft;
openbare grond: de gemeentegrond die voor iedereen toegankelijk is;
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn, inclusief havens, met uitzondering van de Cruquiushaven;
opgelegde vaartuigen; alle vaartuigen die tijdelijk of permanent uit de vaart zijn genomen en op openbare grond zijn neergelegd;
rechthebbende: een ieder die over enig goed zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
vaartuigen: alle soorten van drijvende objecten, die wegens hun drijfvermogen worden gebruikt, danwel bestemd of geschikt zijn voor het dragen en eventueel vervoeren van personen, dieren en/of stoffen, goederen of voorwerpen, al dan niet met het vaartuig één geheel uitmakend alsmede caissons, ketels en dergelijke voorwerpen en houtvlotten;
verhalen: een vaartuig van de ene ligplaats naar een andere brengen;
voorwerp: ieder object dat in of boven het water staat dan wel op de wal.
werk: een product van bouw- dan wel wegenbouwkundige werken in hun geheel, dat als zodanig volstaat om voor de gebruiker een economische en technische functie te vervullen.