Deze verordening verstaat onder:
de wet:
de Wet op de Kansspelen
speelautomaat:
een toestel als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet;
kansspelautomaat:
een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;
speelautomatenhal:
een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b van de Wet op de Kansspelen.
de beheerder:
de exploitant dan wel degene die namens hem het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding uitoefent in de hal.