De burgemeester kan de vergunning intrekken :
indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend.
indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.
indien de ingebruikname van de speelautomatenhal niet binnen een periode van twee jaar na vergunningverlening is gestart dan wel gedurende een periode van zes maanden is onderbroken.
indien in de inrichting strafbare feiten hebben plaatsgevonden dan wel de vergunninghouder dan wel de beheerder(s) in enige opzicht van slecht levensgedrag zijn bevonden.
Indien het in art. 5 lid 8 genoemde Dekra-certificaat niet door beheerder is verkregen, of na verkrijging dit certificaat gedurende een periode van minimaal 3 maanden ontbreekt.
Indien de door beheerder aangevraagde omgevingsvergunning is geweigerd.