Naar hoofdinhoud

Artikel 25

Uitstel van betaling

Onderdeel van Beleidsregels invordering gemeentelijke belastingen 2016

25.1.3. Redenen afwijzing verzoek om uitstel De opties j, l, m en n worden als zodanig overgenomen: voor zover de aanslag betrekking heeft op: (bouw)leges, indien de belastingschuldige reeds eerder een regeling heeft genoten, maar deze niet is nagekomen; indien ter zake van de aanslag reeds een beslagopdracht naar de belastingdeurwaarder is uitgegaan dan wel door de belastingdeurwaarder reeds beslag is gelegd; in geval van een vordering op grond van artikel 19 van de wet; 25.2. Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag 25.2.2. Bezwaarschrift en beroepschrift gelden niet als verzoek om uitstel Deze optie wordt als zodanig overgenomen: “Voor het bestreden bedrag van een aanslag moet de belastingschuldige een verzoek om uitstel van betaling indienen. Het indienen van een bezwaarschrift en beroepschrift geldt niet tevens als een verzoek om uitstel van betaling. Het verleende uitstel komt te vervallen op het moment dat er uitspraak wordt gedaan op het bezwaarschrift.” 25.5. Betalingsregeling particulieren 25.5.1. Duur betalingsregeling particulieren De ontvanger verleent de belastingschuldige uitstel van betaling voor een periode van ten hoogste drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de ontvanger de betalingsregeling bij beschikking toestaat. Slechts als er volgens de ontvanger bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn gunnen dan drie maanden. Voor het bestreden gedeelte van de bouwleges wordt maximaal twee jaar uitstel van betaling verleend. 25.5.10. Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor Als een belastingschuldige uitstel vraagt en tegelijkertijd een betalingsregeling voorstelt welke afwijkt van hetgeen de invorderingsambtenaar heeft berekend, dan hoeft een niet al te grote afwijking niet te leiden tot afwijzing van het verzoek. Als de regeling die door de belastingschuldige is voorgesteld voor de invorderingsambtenaar niet aanvaardbaar is, maar een andere regeling wel ingewilligd kan worden, dan deelt de invorderingsambtenaar onder afwijzing van het verzoek de belastingschuldige mee welke regeling hij desgevraagd wel kan verlenen. 25.6. Betalingsregeling voor ondernemers 25.6.1. Geen betalingsregeling ondernemers Voor betalingsregelingen verschuldigd door ondernemers bestaat er – anders dan bij particulieren – geen aanleiding tot het toestaan van een betalingsregeling. Het verlenen van uitstel aan een ondernemer kan immers betekenen dat het ondernemersrisico feitelijk wordt gedragen door de gemeente en dat deze dan optreedt als oneigenlijke kredietverlener. Tevens zou een betalingsregeling voor schuld van een ondernemer concurrentieverstorend kunnen werken ten opzichte van andere ondernemers die wel tijdig hun verplichtingen nakomen. Onder het begrip “ondernemer” wordt in dit verband verstaan: rechtspersonen en natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen, niet zijnde natuurlijke personen die een uitkering genieten ingevolge de Wet werk en inkomen kunstenaars. Onder het begrip “particulier” wordt in dit verband verstaan: natuurlijke personen die geen ondernemer zijn.

Rechtspraak bij dit artikel