Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:
de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de
artikelen 17 (Kennisgeving begraven en asbezorging), 19 (Delven
en sluiten van het graf) en 20 (Over te leggen stukken)
opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor opdracht heeft verleend
aan het personeel van de begraafplaats;
het personeel van de begraafplaats bij begraving van een
stoffelijk overschot de identiteit van het stoffelijk overschot
heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een
ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een
bijgevoegd document. Dit document bevat tevens de namen, de
overlijdens- en geboortedatum van de overledene dan wel de
geslachtsnaam van de levenloos geborene.
HOOFDSTUK 5
Artikel 21
Begraving, bijzetting of verstrooiing
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Steenwijkerland 2016