Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
G.F.T.-afval:
groente-, fruit- en tuinafval;
P.M.D.-afval
plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en
drankenkartons
restafval:
huishoudelijk afval niet zijnde G.F.T.-afval en
P.M.D.-afval;
bedrijfsafval:
afval van beperkte omvang afkomstig van bedrijven neit zijnde
huishoudelijk afval dan wel G.F.T.-afval;
mini-container:
de vanwege de gemeente uitgezette ophaalbakken, waaronder
city-bins, onderverdeeld in de verschillende volumina;
verzamelcontainer:
de vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainers, die
kunnen worden ontsloten door middel van chipkaarten;
grof huishoudelijk afval:
huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een
huishouden vrij komen, doch die te groot en/of te zwaar zijn om
op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de
inzameldienst te worden aangeboden;
bedrijfspand:
een gebouwde onroerende zaak - of een zelfstandig gebruikt
gedeelte ervan - niet zijnde een perceel als bedoeld in artikel
10.11 van de Wet milieubeheer;
hoogbouwlocatie:
een verzameling percelen, gesitueerd in één gebouw over
verschillende bouwlagen, die niet afzonderlijk afvalcontainers
in bruikleen hebben, doch gebruik kunnen maken van (een)
gemeenschappelijke afvalcontainer(s), die ten behoeve van dat
hoogbouwcomplex daar door de gemeente is/zijn geplaatst.
'gebruik maken' in hoofdstuk II
Afvalstoffenheffing:
gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer.