Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van
personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op
binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de
Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens
als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het
motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het
register was ingeschreven;
parkeerapparatuur: parkeermeters, voor het betalen van de
parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten, met
inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen
naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur
wordt verstaan.
centrale computer: een computer van de gemeente dan wel een computer
van het bedrijf waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten,
bestemd voor de registratie van parkeerbewe-gingen in het kader van
het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met
gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2016