Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I › Paragraaf

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Bezoldigingsverordening 2008

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: salaris: het salaris als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onder b, van deel I; schaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a, van deel I, opgenomen in bijlage IIa; bezoldiging: de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c, van deel I; betrekking: de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder b, van deel I; periodiek: een aanduiding, bestaande uit een getal, dat in een salarisschaal bij een salaris is vermeld; salarisklasse: de drie salarisklassen die onderscheiden worden, te weten de aanloopklasse, de functieklasse en de uitloopklasse; aanloopklasse: de salarisschaal voorafgaand aan de functieschaal ten behoeve van de ambtenaar die qua opleiding en/of ervaring nog niet voldoet aan de functie-eisen; functieklasse: de salarisschaal die op grond van functiewaardering via de conversietabel wordt vastgesteld voor de ambtenaar die voldoet aan de functie-eisen; uitloopschaal: een salarisverhoging die op grond van goed functioneren en diensttijd kan worden toegekend; maximum salaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal; toelagen: alle toelagen waarop ingevolge of krachtens deze verordening aanspraak bestaat; formatieplaats/functie: het samenstel van feitelijke taken en/of werkzaamheden dat de functiehouder op basis van een vastgestelde (generieke) functiebeschrijving dient uit te voeren; anciënniteitdatum: een vaste datum waarop de ambtenaar aanspraak heeft op een verhoogde periodiek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel