Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
salaris: het salaris als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid,
onder b, van deel I;
schaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder
a, van deel I, opgenomen in bijlage IIa;
bezoldiging: de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede
lid onder c, van deel I;
betrekking: de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste
lid onder b, van deel I;
periodiek: een aanduiding, bestaande uit een getal, dat in een
salarisschaal bij een salaris is vermeld;
salarisklasse: de drie salarisklassen die onderscheiden
worden, te weten de aanloopklasse, de functieklasse en de
uitloopklasse;
aanloopklasse: de salarisschaal voorafgaand aan de
functieschaal ten behoeve van de ambtenaar die qua opleiding
en/of ervaring nog niet voldoet aan de functie-eisen;
functieklasse: de salarisschaal die op grond van
functiewaardering via de conversietabel wordt vastgesteld voor
de ambtenaar die voldoet aan de functie-eisen;
uitloopschaal: een salarisverhoging die op grond van goed
functioneren en diensttijd kan worden toegekend;
maximum salaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal;
toelagen: alle toelagen waarop ingevolge of krachtens deze
verordening aanspraak bestaat;
formatieplaats/functie: het samenstel van feitelijke taken
en/of werkzaamheden dat de functiehouder op basis van een
vastgestelde (generieke) functiebeschrijving dient uit te
voeren;
anciënniteitdatum: een vaste datum waarop de ambtenaar
aanspraak heeft op een verhoogde periodiek.