Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een
toelage worden toegekend.
De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een
tijdvak dat tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een
maximum van drie jaar.
De hoogte van de toelage als bedoeld in het eerste lid wordt
door het college vastgesteld.
De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de
ingevolge het tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de
arbeidsmarktsituatie waarop de toelage is gebaseerd nog steeds
bestaat, kan opnieuw een toelage als bedoeld in het eerste lid
aan de ambtenaar worden toegekend.
Bij het beëindigen van de arbeidsmarkttoelage wordt geen
afbouwregeling toegepast.