Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Bezoldigingsverordening 2008

Het college bepaalt welke salarisschaal en welke periodiek voor de ambtenaar geldt, zulks met inachtneming van de bepalingen in deze verordening. Het salaris van de ambtenaar wordt vastgesteld op een bedrag dat is vermeld in de salarisschalen opgenomen in bijlage IIa van de RAGR, tenzij toepassing is gegeven aan artikel 4a:3 van deel I, in welk geval het salaris gelijk is aan het verlaagde bedrag. Het salaris van de ambtenaar die is aangesteld voor een onvolledige werktijd, wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat hij bij een volledige werktijd zou genieten. De bedragen van de bijlage IIa van de RAGR worden gewijzigd door het college in overeenstemming met de LOGA afspraken. Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan wel bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in hoofdstuk 16 van deel I kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal. Het vorige lid is niet van toepassing indien bij de bepaling van de daar bedoelde geldende salarisschaal aan de ambtenaar schriftelijk is medegedeeld dat, omdat zijn functie een tijdelijk karakter heeft, die salarisschaal slechts tijdelijk zal gelden. Indien een ambtenaar op grond van het bepaalde in lid 5 salaris blijft ontvangen conform de op dat moment voor hem geldende salarisschaal, behoudt hij aanspraak op de nog niet in die salarisschaal genoten periodieke verhogingen. In bijzondere gevallen kan het college bepalen dat daarnaast eveneens aanspraak bestaat op toelagen in de uitloopklasse.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel