Wanneer de ambtenaar zijn functie met voldoende bekwaamheid,
geschiktheid en ijver vervult, wordt het salaris binnen de
salarisschaal periodiek verhoogd tot de volgende periodiek.
Behoudens het bepaalde in lid 3 worden de periodieke
verhogingen toegekend op de anciënniteitsdatum. De
anciënniteitsdatum is de eerste dag van de maand waarin sinds de
aanstelling een jaar is verstreken. De volgende periodieke
verhogingen vinden, voor zolang de ambtenaar het maximumsalaris
van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt,
telkens na één jaar plaats.
Voor de toepassing van het bepaalde in lid 2 telt niet
mee:
de tijd, doorgebracht met verlof buiten genot van bezoldiging,
indien dit verlof is verleend op verzoek van de ambtenaar
voorzover deze een tijdvak van een jaar of langer heeft
geduurd;
de tijd, gedurende welke de ambtenaar in de uitoefening van zijn
ambt is geschorst:
a. bij wijze van disciplinaire straf;
b. van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in
bewaringstelling in een krankzinnigengesticht of daarmede gelijk
te stellen inrichting;
c. op grond van het feit, dat een strafrechtelijke vervolging
ter zake van misdrijf tegen hem is ingesteld, of hem het
voornemen tot oplegging van de straf van onvoorwaardelijk
ontslag is aangezegd dan wel hem die straf is opgelegd;
d. omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde;
tenzij het college anders bepaalt, dan wel blijkt dat de
schorsing ten onrechte heeft plaatsgevonden.