Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III › Paragraaf

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Bezoldigingsverordening 2008

Wanneer de ambtenaar zijn functie met voldoende bekwaamheid, geschiktheid en ijver vervult, wordt het salaris binnen de salarisschaal periodiek verhoogd tot de volgende periodiek. Behoudens het bepaalde in lid 3 worden de periodieke verhogingen toegekend op de anciënniteitsdatum. De anciënniteitsdatum is de eerste dag van de maand waarin sinds de aanstelling een jaar is verstreken. De volgende periodieke verhogingen vinden, voor zolang de ambtenaar het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, telkens na één jaar plaats. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 2 telt niet mee: de tijd, doorgebracht met verlof buiten genot van bezoldiging, indien dit verlof is verleend op verzoek van de ambtenaar voorzover deze een tijdvak van een jaar of langer heeft geduurd; de tijd, gedurende welke de ambtenaar in de uitoefening van zijn ambt is geschorst: a. bij wijze van disciplinaire straf; b. van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in bewaringstelling in een krankzinnigengesticht of daarmede gelijk te stellen inrichting; c. op grond van het feit, dat een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen hem is ingesteld, of hem het voornemen tot oplegging van de straf van onvoorwaardelijk ontslag is aangezegd dan wel hem die straf is opgelegd; d. omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde; tenzij het college anders bepaalt, dan wel blijkt dat de schorsing ten onrechte heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel