Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Gedragscode bestuurlijke integriteit Gemeente Terschelling

Bij lid 3 gaat het om het voorkomen van belangenverstrengeling. Dit betreft ook het voorkomen van de schijn van belang. Voor raadsleden en wethouders wordt in de gemeentewet (resp. art. 13, lid 3, sub c en art. 36b, lid 3 sub c) al een uitzondering gemaakt voor ambtenaren die werkzaam zijn aan een school voor openbaar onderwijs. In deze verordening is die uitzondering met het oog op de locale situatie uitgebreid. Lid 5 noemt het onthouden van deelname aan de besluitvorming bij familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen. Dit is een aanvulling op artikel 28 van de Gemeentewet en het afleggen van de eed of belofte. Artikel 28 zegt dat er niet gestemd mag worden over aangelegenheden die een politieke ambtsdrager rechtstreeks of middellijk (lees: alle terzake doende intensieve relaties) aangaan of waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is. De ambtseed of –belofte (artikelen 14, 41a en 65 van de Gemeentewet) betreft het rechtstreeks noch middellijk aannemen van enig geschenk of belofte. De gedragscode is dus iets uitgebreider dan de wettelijke bepalingen. Enerzijds worden de familie- en vriendschapsbetrekkingen bij naam genoemd en anderzijds is de formulering onthouden van deelname aan de besluitvorming (lees: niet deelnemen aan de beraadslaging, het debat) ruimer gesteld. Teneinde de schijn te voorkomen verdient het aanbeveling dat de politieke ambtsdrager de vergadering verlaat. Het voert in het kader van deze toelichting te ver om voorbeelden uit de jurisprudentie aan te halen. In voorkomende gevallen verdient het aanbeveling deze er tijdig op na te slaan. Artikel 12 van de Gemeentewet regelt dat leden van de raad openbaar moeten maken welke andere functies dan het raadslidmaatschap zij vervullen. Bij de aanvang van de vierjarige raadsperiode is deze opgave gedaan. Artikel 12 is (via artikel 41b, lid 3 resp. artikel 67, lid 3 van de Gemeentewet) van overeenkomstige toepassing op de wethouders en de burgemeester. Zij dienen ook hun voornemen tot het aanvaarden van een dergelijke functie aan de raad te melden. In de praktijk dragen de griffier (voor leden van de raad) en de gemeentesecretaris (voor de leden van het college) zorg voor het verzamelen en ter inzage leggen van de opgaven. De verantwoordelijkheid voor het opgeven van tussentijdse wijzigingen ligt uiteraard geheel bij de politieke ambtsdrager zelf. Griffier of gemeentesecretaris kan hierbij een attenderende rol vervullen. In artikel 2, lid 1, van deze gedragscode is opgenomen dat een politieke ambtsdrager ook opgave doet van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties. Deze opgave kan gecombineerd worden met de opgave van de nevenfuncties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel