De houder of beheerder van een inrichting in de zin van artikel 1.1, lid
3, van de Wet milieubeheer, waar eet- of drinkwaren worden verkocht die
ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:
een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de
inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben,
waarin het publiek afval kan achterlaten;
zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp
van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk
geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds
tijdig wordt geledigd;
zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van
de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging
van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van
dit artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven
afval, voor zover kennelijk uit of van die inrichting afkomstig,
wordt opgeruimd.
§ 5
Artikel 20
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Onderdeel van Afvalstoffenverordening gemeente Oisterwijk 2016