Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Verordening voorschoolse voorzieningen gemeente Nijmegen 2015

1.In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders; ouder: de bloed- of aanverwant in opgaande lijn of de adoptief- of pleegouder van een kind op wie de kinderopvang betrekking heeft, met dien verstande dat bij de beoordeling of sprake is van pleegouderschap een subsidie op grond van de Wet op de jeugdzorg buiten beschouwing blijft; peuterarrangement: een arrangement voor kinderen vanaf 2 jaar en 4 maanden tot 4 jaar gericht op het in staat te stellen van ouders om arbeid en zorg te combineren, ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool. Het college kan bepalen dat verlenging van het peuterarrangement na de vierde verjaardag van het kind mogelijk is; beleidsregels: de Beleidsregels Voorschoolse voorzieningen, zoals door het college vast te stellen; Gemeentelijk register: een gemeentelijk register peuterarrangementen ten behoeve van de waarborging van de kwaliteit en de rechtszekerheid van de peuterarrangementen alsmede het toezicht op en de handhaving van de bij of krachtens deze verordening gestelde regels. Het gemeentelijk register dient tevens ten behoeve van raadpleging door ouders die voornemens zijn een peuterarrangement af te nemen, teneinde te beoordelen of zij voor een peuterarrangement in een bepaalde voorziening in aanmerking kunnen komen voor peutertoeslag. Opname in het gemeentelijk register is slechts mogelijk indien de voorziening is opgenomen in het Landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen; VVE-programma: een erkend voorschools programma dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen in de leeftijd van 2 jaar en 4 maanden tot 4 jaar op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Een op een VVE-locatie aangeboden VVE-programma valt niet onder deze beleidsregels; doelgroepkinderen: kinderen die in aanmerking komen voor een VVE-programma, op indicatie van een door het college aan te wijzen instantie en woonachtig in de gemeente Nijmegen; peutertoeslag: een financiële bijdrage van de gemeente in de kosten van peuterarrangementen ten behoeve van kinderen van 2 jaar en vier maanden tot vier jaar. Peutertoeslag is opgebouwd uit een basisbedrag en een aanvullend bedrag ter compensatie van de meerkosten van een peuterarrangement. Het basisbedrag wordt aan de ouder verleend. Het aanvullende bedrag wordt eveneens aan de ouder verleend, maar wordt met volmacht van de ouder door de aanbieder van het peuterarrangement aangevraagd en aan de aanbieder verleend. Waar gesproken wordt over peutertoeslag wordt de volledige peutertoeslag, bestaande uit beide bedragen bedoeld, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken; VVE-locatie: een locatie waar VVE wordt aangeboden als bedoeld in de Subsidieregeling VVE-arrangementen en/of de Subsidieregeling VVE-locatie De Goffertrakkertjes, die mede gefinancierd wordt met een aanbodsubsidie van de gemeente; SMI: Sociaal medische indicatie. Op basis van een sociaal medische indicatie kunnen ouders een tegemoetkoming krijgen in de kosten van kinderopvang indien kinderopvang noodzakelijk is voor de goede en gezonde ontwikkeling van het kind, tot het kind naar de basisschool kan. De noodzaak kan ontstaan zijn door oorzaken gelegen in het kind, of doordat de ouder en/of partner lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke en/of psychische beperkingen heeft die een goede ontwikkeling van het kind belemmeren; de Wet: de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; Reguliere kinderopvang: opvang, niet zijnde een peuterarrangement of opvang op basis van SMI, in een kinderdagverblijf als bedoeld in de Wet; startsubsidie: subsidie die eenmalig verleend kan worden aan houders van een kinderdagverblijf voor de aanschaf van een VVE-programma en/of scholing van pedagogisch medewerk(st)ers die nog niet geschoold zijn in het VVE-programma dat door aanvrager gebruikt wordt/gaat worden. De scholing dient te leiden tot een VVE-certifica(a)t(en) voor de betreffende medewerker(s). De in de verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben dezelfde betekenis als bedoeld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, de Algemene wet bestuursrecht, met name de subsidietitel, en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze verordening wordt afgeweken

Rechtspraak bij dit artikel