Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vereiste van instemming of vergunning

Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Kaag en Braassem 2016

1.. Het is verboden om zonder of in afwijking van een voorafgaand door het college verleend instemmingsbesluit of verleende vergunning kabels en leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden of op te ruimen. 2.. In afwijking van het eerste lid is voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een schriftelijke melding aan het college Het college kan aan de uitvoering van deze werkzaamheden voorschriften en beperkingen verbinden als bedoeld in artikel 7 van deze verordening. 3.. Het college kan een gebied aanwijzen waarbinnen niet volstaan kan worden met een melding als bedoeld in het tweede lid, maar altijd een instemmingsbesluit of vergunning moet worden aangevraagd. 4.. Werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk of niet gewenst is, dienen onverwijld te worden gemeld aan het college. Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden. 5.. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak. 6.. Een krachtens deze verordening verleende vergunning of instemming geldt, voor zover van toepassing, tevens als een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Kaag en Braassem (hierna ook te noemen: "APV") met betrekking tot het beschadigen van een weg, het aanbrengen/hebben van voorwerpen op, aan, in, over of boven een weg respectievelijk het uitvoeren van werkzaamheden aan straatkolken en dergelijke.

Rechtspraak bij dit artikel