Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 27

Opheffing

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling De Oude Rijnzone

1.. De gemeenschappelijke regeling wordt opgeheven met ingang van de datum zoals bedoeld in artikel 28, na verloop van een verlenging als bedoeld in artikel 28 lid 2 wanneer geen verlengingsbesluit is genomen. 2.. Het bepaalde in artikel 26, lid 4, is van overeenkomstige toepassing. 3.. In geval van opheffing van de regeling besluit het bestuur tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regels. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling bij unanimiteit worden afgeweken. 4.. Het liquidatieplan wordt door het bestuur, na raadpleging van de raden van de deelnemers, vastgesteld. 5.. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling. Voorts voorziet het liquidatieplan in de gevolgen die de opheffing voor het personeel van de gemeenschappelijke regeling heeft. 6.. Bij een batig saldo van het Regionaal Investeringsfonds op het tijdstip als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van deze regeling, zal het batig saldo worden uitgekeerd aan de deelnemers van het fonds en de provincie Zuid-Holland: 1.. Uitkering aan de gemeenten zal geschieden naar rato van de inleg in het fonds door de gemeenten; 2.. Een batig saldo zal voor 58,6 % worden uitgekeerd aan de gemeenten; 3.. Een batig saldo zal voor 41,4 % worden uitgekeerd aan de provincie Zuid-Holland 7.. De organen van de gemeenschappelijke regeling blijven, zo nodig, na het tijdstip van de beëindiging in functie totdat de liquidatie is voltooid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel