Naar hoofdinhoud
De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) of II (softdrugs) wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Om bij de handhaving aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit te voldoen is het gewenst om de bestuurlijke handhaving van artikel 13b van de Opiumwet vast te leggen in lokaal beleid, het Damoclesbeleid. Op grond van bestuursrecht is een gedegen onderbouwing van het besluit van de burgemeester vereist, bij voorkeur door middel van beleidsregels.In deze beleidsregels is vastgelegd op welke wijze de burgemeester van deze bevoegdheid gebruikt maakt en welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen. De aanpak van georganiseerde criminaliteit (waaronder drugshandel) is één van de vijf gemeenschappelijk benoemde veiligheidsthema’s binnen het “Regionaal Beleidsplan Zeeland – West Brabant 2015 – 2018”. Een geactualiseerd en effectief Damoclesbeleid is van belang voor de integrale aanpak van drugshandel. Deze beleidsregels sluiten in grote lijnen aan bij/vloeien voort uit de landelijke en regionale bestuurlijke aanpak van georganiseerde misdaad (o.a. bij de Taskforce Brabant-Zeeland).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel