In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
aanlegplaats: wateroppervlak dat bestemd is voor het
tijdelijk afmeren van een vaartuig met de daarbij behorende
voorzieningen die het afmeren mogelijk maken;
dagdeel: een verblijf korter dan zes uur;
dag: een verblijf langer dan zes uur met een maximum
van 24 uur;
haven: het voor de openbare dienst bestemde, uit land
en water bestaande gemeentelijk gebied, met werken en
voorzieningen ten behoeve van het vervoer over water, het eren
van vaartuigen of het laden, lossen of opslaan van goederen.
havenmeester: persoon die aangewezen is door het
college van Burgemeester en Wethouders als verantwoordelijke
voor het beheer van de haven;
lengte: de grootste lengte van de romp gemeten van de
voorkant van het voorste tot de achterkant van het achterste
deel van het vaartuig;
m3: een kubieke meter zoetwaterverplaatsing;
meren: het vastmaken van vaartuigen aan de daartoe
bestemde middelen, onverschillig of die middelen eigendom van de
gemeente of derden zijn, of aan vaartuigen welke aan zodanige
middelen zijn vast gemaakt;
Nieuwe steiger:ligplaats in de rivier de
Lek;
oppervlakte: het product van de grootste lengte en
breedte, zoals deze blijken uit de bij het vaartuig behorende
geldige meetbrief;
overige maanden: januari, maart, april, mei, juni,
september, oktober en november;
pleziervaartuig: een schip dat uitsluitend of
hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsmatige d.w.z.
sportieve of recreatieve doeleinden;
reservering: het vrijhouden van een aanlegplaats voor
een aaneengesloten periode;
SAB-ecokaart: Een ecokaart is een speciale
betaalkaart waarvan uw havengeld wordt afgeschreven. De kaart
zelf heeft geen waarde maar is gekoppeld aan een ecorekening.
SAB-kast:Kast om met de SAB-ecokaart de
ingebruikname van een ligplaats aan- en af te melden
schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene
die deze vervangt;
vaartuigen: alle soorten van drijvende objecten,
welke wegens hun drijfvermogen bestemd of geschikt zijn voor het
vervoer te water van personen en/of goederenrijvende werktuigen
zoals een werkvlot, ponton, elevator, drijvende kraan, sleep- of
duwboot, bok, zandzuiger, baggermolen e.d., alsmede balken,
stammen, palen, vlotten e.d. die in het water worden
vervoerd;
verplaatsing: de in volumen uitgedrukte
waterverplaatsing van een vaartuig tussen het vlak van de
grootste toegelaten diepgang en het vlak van inzinking van het
ledige vaartuig, volgens een geldige meetbrief;
walstroom: de walstroomkast staande op de
Nieuwe Steiger met bijbehorende werken.
week: meer dan vier opeenvolgende overnachtingen tot
een maximum van zeven opeenvolgende overnachtingen;
zomerseizoen: loopt van 1 april tot 1 oktober van één
kalenderjaar.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van havengelden 2016