In dit artikel wordt aangegeven dat de individuele beoordeling van de situatie van een student de basis is. Vanwege dat bijzondere karakter kan niet voor alle voorkomende situaties exact worden omschreven wat de handelwijze moet zijn. Toch is er wel een bepaalde lijn aan te geven.
Als de klant een fysieke beperking heeft is in veel gevallen wel een inschatting te maken over de arbeidscapaciteit of de inzetbaarheid. Niet iedere fysieke handicap hoeft te betekenen dat het wettelijk minimumloon niet kan worden verdiend, maar bij twijfel moet wel in het achterhoofd meespelen dat belanghebbende mogelijk door de Studietoeslag gestimuleerd wordt om door de studie nog meer gebruik te maken van zijn capaciteiten, waardoor op termijn nog beter aan de samenleving kan worden meegedaan.
Psychische beperkingen zijn natuurlijk nog moeilijker te ontdekken en te beoordelen, maar hier kan medicijngebruik (ADHD, PDD NOS) wellicht een aanknoping zijn. Ook hier geldt dat we studenten willen stimuleren zoveel mogelijk met hun studiecapaciteiten te doen. Naast fysieke of psychische beperkingen kan het ook zijn dat een student om heel andere redenen niet in staat is om het wettelijk minimumloon te verdienen. Dit kan betekenen dat in het kader van een individuele maatwerkoplossing ook iets als een verminking (aangeboren of als gevolg van een ongeluk) een reden kan zijn dat niet of moeilijk het minimumloon kan worden verdiend.
Gezien de toelatingseisen kan het ook voorkomen dat het gaat om belanghebbenden die het voortgezet speciaal onderwijs of het Leerwegondersteunend onderwijs afronden na het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Als er twijfel is over de arbeidscapaciteit of de inzetbaarheid, dan kan advies aan een externe organisatie worden gevraagd, bijvoorbeeld Aussems en Kerkvliet of het UWV. Dit kan ook gebeuren in de vorm van een second opinion als de belanghebbende en de consulent het niet eens kunnen worden.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van BELEIDSREGELS INDIVIDUELE STUDIETOESLAG 2015 gemeente Tytsjerksteradiel