De leden van de raad komen de door hen afgelegde eed, dan wel belofte, na, en dus:
nemen zij geen geschenken aan om iets in het ambt van raadslid te doen of te laten;
nemen zij geen beloften aan om iets in het ambt van raadslid te doen of te laten;
zijn zij getrouw aan de Grondwet;
komen zij de wetten na, en
vervullen zij hun plichten als lid van de raad naar eer en geweten.