Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Vergoeding van werkgever bij proefplaats of werkstage

Onderdeel van Beleidsregel re-integratie Participatiewet gemeente Almelo 2015

1.. Het college kan bij toepassing van een proefplaats of werkstage een vergoeding vragen van de werkgever bij wie de proefplaatsing of werkstage plaatsvindt. 2.. Deze vergoeding bedraagt maximaal 30% van het wettelijk minimumloon, waar de uitkeringsgerechtigde gezien zijn leeftijd en ureninzet bij regulier betaald werk recht op zou hebben. Artikel 7 Loonkostensubsidie Loonkostensubsidie aan werkgevers is mogelijk ten behoeve van arbeidsplaatsen die worden vervuld door personen waarvan is vastgesteld dat zij behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie. Het college bepaalt de loonkostensubsidie nadat de loonwaarde is vastgesteld. De hoogte van de loonkostensubsidie is het verschil tussen het wettelijk minimumloon vermeerderd met de aanspraak op vakantietoeslag op grond van artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag en de loonwaarde van die persoon vermeerderd met de voor die persoon naar rato van de loonwaarde rechtens geldende vakantiebijslag De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 70% van het totale bedrag van het wettelijk minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, vermeerderd met een bij ministeriële regeling nader te bepalen vergoeding voor werkgeverslasten. De loonkostensubsidie wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. De loonkostensubsidie moet worden aangevraagd uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum van de eerste arbeidsovereenkomst. Voor het aanvragen van de loonkostensubsidie dient de werkgever gebruik te maken van een formulier dat door het college is vastgesteld. Het college stelt de loonkostensubsidie telkens na afloop van het kalenderjaar vast op basis van de door het college te bepalen en door de werkgever aan te leveren documenten. Het college kan voorschotten verstrekken na overlegging van kopieën van de loonstroken. Artikel 8 No-Riskpolis voor de werkgever Gedurende het jaar 2015 kan het college aangaande garantiebanen gebruik maken van de no-risk polis via het UWV overeenkomstig de afspraak tussen VNG en UWV. Met ingang van 2016 wordt een wettelijk vastgestelde regeling verwacht. Artikel 9 Persoonlijke ondersteuning (Jobcoaching) Jobcoaching kan ingezet worden wanneer de werkgever een werknemer in dienst neemt die behoort tot de doelgroep Participatiewet en waarbij vaststaat dat de betreffende ondersteuning noodzakelijk is. Om de noodzaak van inzet jobcoaching vast te stellen, kan het college een arbeidsdeskundig advies inwinnen. Er is sprake van noodzaak wanneer de werknemer zonder de ondersteuning niet in staat is om zijn werkzaamheden in redelijkheid te verrichten. Bovendien moet er een behoefte zijn aan deze ondersteuning vanuit zowel werkgever als werknemer. Om in aanmerking te kunnen komen voor jobcoaching dient ook aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: Het moet gaan om systematische ondersteuning gedurende de van toepassing zijnde periode; Er moet sprake zijn van de intentie van de werkgever tot een dienstverband/arbeidsovereenkomst voor de duur van ten minste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week. Jobcoaching kan ook worden toegekend gedurende de werkstage of proefplaatsing; De ondersteuning kan zowel individueel als in groepsverband aangeboden worden. De noodzaak van de voorziening persoonlijke ondersteuning wordt ieder half jaar her beoordeeld. Op basis van deze herbeoordeling kan de ondersteuning steeds met een halfjaar verlengd worden tot maximaal 2 jaar in totaal. Een verlenging van deze ondersteuning na 2 jaar kan uitsluitend plaatsvinden op aanvraag, tot maximaal totaal 3 jaar. Ook dan zal de noodzaak beoordeeld worden. De mate van begeleiding wordt bepaald door de arbeidsdeskundige. Deze beoordeelt aldus de noodzaak, de duur en de omvang van de betreffende voorziening. Jobcoaching wordt geregeld door de gemeente. Ook de werkgever zelf kan hiervoor een voorstel indienen. Naast het inhuren van een jobcoach kan de werkgever er ook voor kiezen om eigen personeel op te leiden als jobcoach; de gemeente kan hiervoor financiering verstrekken. Toekenning van de voorziening jobcoaching, vindt uitsluitend plaats op aanvraag. Hiervoor is een aanvraagformulier beschikbaar. Het college besluit, op advies en in overleg met de werknemer, werkgever en jobcoach wat de noodzakelijke ureninvestering. Daarbij gelden onderstaande bedragen als maximumbedragen die geïnvesteerd kunnen worden in jobcoaching, waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen een licht- en midden ondersteuningsregime (afhankelijk van ondersteuningsbehoefte van de werknemer). De vergoeding bedraagt overeenkomstig het aanbod jobcoaching van het UWV: Begeleidingsniveau 1ste ½ jaar 2de ½ jaar 3de ½ jaar 4de ½ jaar Optioneel 5de ½ jaar Optioneel 6de ½ jaar Licht € 1.350,-- € 1.350,-- € 700,-- € 700,-- € 700,-- € 700,-- Midden € 2.250,-- € 2.250,-- € 1.350,-- € 1.350,-- € 700,-- € 700,-- Het betreft hier maximale bedragen per half jaar exclusief eventuele verschuldigde BTW op basis van een arbeidsovereenkomst van 24 uur of meer per week. Werkt de persoon minder dan 24 uur dan wordt het bedrag naar rato van het minder aantal uren werken vastgesteld. Mocht het begeleidingsniveau “midden” niet voldoende blijken te zijn dan zijn de extra kosten voor eigen rekening van de werkgever. Het college indexeert genoemde bedragen overeenkomstig het jobcoaching aanbod van het UWV. Artikel 10 Werkplekaanpassing Werkplekaanpassing kan ingezet worden wanneer de werkgever een werknemer in dienst neemt die behoort tot de doelgroep Participatiewet en waarbij vaststaat dat de betreffende aanpassing of hulpmiddel noodzakelijk is. Om de noodzaak van een werkplekaanpassing vast te stellen, kan het college een arbeidsdeskundig advies inwinnen. Er is sprake van noodzaak wanneer de werknemer zonder de aanpassing of hulpmiddel niet in staat is om zijn werkzaamheden in redelijkheid te verrichten. Werkgever en werknemer moeten het erover eens zijn dat deze aanpassing noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden en om tot een maximale prestatie te kunnen komen. Om in aanmerking te komen voor een werkplekaanpassing dient ook aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: Daar waar mogelijk wordt in principe gekozen voor een verhuisbare aanpassing (meeneembare voorziening); Er moet sprake zijn van de intentie van de werkgever tot een dienstverband/arbeidsovereenkomst voor de duur van ten minste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week. Het behoort tot de mogelijkheden werkplekaanpassing al toe te kennen gedurende de werkstage of proefplaatsing. Er is geen sprake van een voorliggende voorziening, bijvoorbeeld een bouwbesluit waaruit blijkt dat de desbetreffende werkgever zelf verantwoordelijk is voor de werkplekaanpassing. Algemeen gebruikelijke werkplekaanpassingen die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoren worden ook niet vergoed. Hiervan is sprake indien: van de werkgever, op basis van wat gangbaar is in het bedrijfsleven, verwacht mag worden dat hij de investering zelf doet; en de gemeente biedt de meest adequate en goedkoopste oplossing, kwalitatief verantwoord. De kosten van de werkplekaanpassing dienen proportioneel zijn, dat wil zeggen dat de investering in de werkplekaanpassing moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. Bij de beoordeling of de kosten proportioneel zijn wordt onder andere betrokken: de kosten van de werkplekaanpassing, de duur van de arbeidsovereenkomst in termen van looptijd (aantal maanden/jaren/bepaalde tijd/onbepaalde tijd); de omvang van de arbeidsovereenkomst in termen van het aantal uren dat de persoon gaat werken; en de opbrengsten in termen van besparing op de uitkeringslasten en eventuele andere lasten (bijvoorbeeld in het kader van de WMO) in relatie tot de kosten van de werkplekaanpassing. De werkplekaanpassing wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld aan de werkgever. In specifieke gevallen kan besloten worden de werkplekaanpassing in eigendom te verstrekken. Toekenning van de voorziening werkplekaanpassing, vindt uitsluitend plaats op aanvraag. Hiervoor is een aanvraagformulier beschikbaar. Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel Artikel 11 Intrekking oude regeling De beleidsregel re-integratieverordening 2012 wordt per 1 juli 2015 ingetrokken. Artikel 12 Overgangsrecht Besluiten die zijn genomen onder de werking van de beleidsregel re-integratie 2012 en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel, worden aangemerkt als besluiten krachtens deze beleidsregel. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel een aanvraag om een beschikking op grond van de beleidsregel re-integratie 2012 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze beleidsregel toegepast. Indien toepassing van lid 2 van dit artikel leidt tot benadeling van de werkloze werkzoekende dan is de oude regeling van toepassing. Artikel 13 Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2015, dan wel op de dag na die waar op zij wordt bekendgemaakt. Artikel 14 Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als: Beleidsregel re-integratie Participatiewet gemeente Almelo 2015. het college van burgemeester en wethouders secretaris burgemeester Toelichting

Rechtspraak bij dit artikel