Naar hoofdinhoud

Artikel 6Vergoeding van werkgever bij proefplaats of werkstage

Artikel 6Vergoeding van werkgever bij proefplaats of werkstage

Onderdeel van Beleidsregel re-integratie Participatiewet gemeente Almelo 2015

Het plaatsen van een uitkeringsgerechtigde op een proefplaats of werkstage betreft geen werk, maar een voorziening in het kader van re-integratie. Als er wel sprake is van werk (juridisch gelijk te stellen aan het aanwezig zijn van een arbeidsovereenkomst) is het wettelijk minimumloon van toepassing en heeft betrokkene tegenover zijn werkgever aanspraak op het wettelijk minimumloon en de wettelijke minimumvakantiebijslag. Toch ziet het college in voorkomende gevallen graag de mogelijkheid om een vergoeding van de werkgever te kunnen vragen, die een duidelijk profijt heeft van de uitkeringsgerechtigde op een proefplaats of binnen een werkstage. De vergoeding zal duidelijk lager moeten zijn dan het wettelijk minimumloon. Als dat niet het geval zou zijn, zou van de werkgever immers in plaats van bijvoorbeeld een proefplaats, een reguliere proefperiode kunnen worden gevraagd. Als het college besluit om van de werkgever een vergoeding te verlangen, dan hoeft er dan ook geen rekening te worden gehouden met het wettelijk minimumloon. Als het college een vergoeding van de werkgever gaat verlangen, dient zij wel goed op te letten dat zij zich niet op glad ijs begeeft voor de bepaling of er sprake is van een arbeidsovereenkomst. De HR toetst aan de voorwaarden van 7:610 BW: o.a. de looncomponent. Vandaar dat het aanbeveling verdient om terughoudend te zijn met het aanbieden van een gerichte stagevergoeding. Een onkostenvergoeding is in ieder geval wel mogelijk. De nadruk ligt bij een werkstage en ook bij de proefplaatsing, bij het opdoen van werkervaring en kennis. Dus ook bij het aanbieden van een proefplaatsing dient met een vergoeding terughoudend te worden omgegaan. Daarom wordt de te vragen vergoeding beperkt tot maximaal 30% van het wettelijk minimumloon.

Rechtspraak bij dit artikel