**1. .** Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op een gebouw, bevattende woonruimte te splitsen in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en derde lid, van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, indien een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte.
**2. .** Het bepaalde in het eerste lid is uitsluitend van toepassing op gebouwen welke op 1 januari van het jaar waarin de vergunning wordt aangevraagd tenminste 25 jaar oud zijn en welke één of meer woonruimten bevatten.
**3. .** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot een gebouw als bedoeld in het eerste lid.
HOOFDSTUK VII
Artikel 20