Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:11

Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Geertruidenberg 2015

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg, zoals bedoeld in artikel 2.2 lid 1 sub d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.. Indien het gaat om werkzaamheden van rioleringen, is de verbodsbepaling genoemd in lid 1 niet van kracht. Er kan volstaan worden met een melding op grond van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur. Hierin staan de gestelde eisen vermeld. 3.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 4.. Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Noord-Brabant 2006, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel