Naar hoofdinhoud
De in artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken bedoelde gemeenteambtenaar van de gemeente Urk; Gelet op het bepaalde in hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken; Gelet op de Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie; B E S L U I T: vast te stellen de volgende: Beleidsregels voor het aanwijzen van een WOZ-belanghebbende in een keuzesituatie. Algemeen In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat voor één eigendom meer personen als (gelijksoortige, bijvoorbeeld in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoten) belanghebbende kunnen worden aangemerkt. In deze gevallen mag de gemeente op grond van artikel 24 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de bekendmaking van de WOZ-beschikking aan één van de belanghebbenden verzenden. De gemeente Urk hanteert een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belanghebbende die de WOZ-beschikking op zijn of haar naam krijgt. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen, waarbij beoogd is de ontvanger van de WOZ-beschikking gelijk te laten zijn aan de belastingplichtige voor de onroerende-zaakbelastingen die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Voorkeursvolgorde In de gevallen dat er een keuzesituatie bestaat met betrekking tot de tenaamstelling van een beschikking ingevolge hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, zijn de Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie, voor zover zij betrekking hebben op de onroerende-zaakbelastingen van overeenkomstige toepassing. De in artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken bedoelde gemeenteambtenaar; Urk, 2 november 2015.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel