1.Het presidium beoordeelt in de eerstvolgende vergadering na
ontvangst van het burgerinitia-
tiefvoorstel of het verzoek voldoet aan de eisen van artikel 25b,
25c en 25d.
2.Het presidium adviseert de raad over de wijze van afdoening van
het burgerinitiatiefvoorstel.
Indien er geen weigeringsgronden zijn plaatst het presidium het
burgerinitiatiefvoorstel op
de voorlopige agenda van de eerstvolgende raad. Indien het
presidium weigeringsgronden
aanwezig acht, brengt het presidium dit in het advies aan de raad
tot uitdrukking.
3.De raad beslist of het initiatiefvoorstel op de agenda van de
vergadering van de raad wordt
geplaatst. Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met
artikel 25c sub a, kan de
raad het voorstel ter afdoening in handen stellen van burgemeester
en wethouders of de
burgemeester. Een afwijzing moet duidelijk worden gemotiveerd.
4.De raad draagt er zorg voor dat de verzoeker wordt uitgenodigd
voor de vergadering van de
raad waarin het burgerinitiatiefvoorstel voorlopig is geagendeerd.
De verzoeker krijgt tijdens
deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel
mondeling nader toe te
lichten.
5.Binnen twee weken nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel
een besluit heeft geno-
men, wordt dit besluit bekend gemaakt op de wijze die is aangegeven
in de artikelen 3:41
en 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 5
Artikel 25e
Wijze van behandeling burgerinitiatief
Onderdeel van Regelement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Laarbeek 2015