**1..** Een raadslid, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die
door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur
van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft
het recht om, in aansluiting op de behandeling van de lijst van
ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering, verslag te
doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde
zijn. Voor door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de
voorzitter doorverwijzen naar de desbetreffende commissie.
**2..** Ieder raadslid kan aan een persoon, als bedoeld in het eerste lid,
schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 37, zijn van
overeenkomstige toepassing.
**3..** Wanneer een lid van de raad een persoon, als bedoeld in het eerste
lid, ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
36, zijn van overeenkomstige toepassing.
**4..** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
benoemd.
Hoofdstuk 5
Artikel 40
Verslag; verantwoording
Onderdeel van Regelement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Laarbeek 2015