Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden
geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang
van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter
is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of
woningvorming gediende belang;
het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden
gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften
aan de vergunning, of c. het verlenen van de vergunning kan
leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon-
en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.
HOOFDSTUK 3. › § 3.1
Artikel 17.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Terschelling 2015