1.Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de productenraming
ingedeeld naar programma’s en bij het jaarverslag wordt een overzicht
gegeven van de productenrealisatie ingedeeld naar programma’s.
2.Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt van
de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet
weergegeven.
3.In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
geautoriseerde investeringskredieten weergegeven.
Artikel 3a Kaders ontwerpbegroting (Kadernota)
1.Het college biedt jaarlijks aan de raad een nota aan met een voorstel voor
het beleid en de financiële kaders van de ontwerpbegroting voor het volgende
begrotingsjaar en de meerjarenraming.
2.Jaarlijks bij de vaststelling van de Kadernota vindt voorlopige
vaststelling plaats van de beleidsvoornemens voor het volgende
begrotingsjaar.
3.In de Kadernota wordt richting gegeven aan de besluitvorming rond de
volgende (meerjaren) begroting ten aanzien van belastingverhogingen,
budgettering nieuw beleid en mogelijke bezuinigingen.
4.De raad stelt deze Kadernota vast.
Artikel 4 Autorisatie begroting en investeringskredieten en
begrotingswijzigingen
1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten
en de totale baten per programma en het dekkingsplan.
2.De nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. Bij de
begrotingsbehandeling kan de raad aangeven van welke nieuwe investeringen
hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het
investeringskrediet wil ontvangen.
3.Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college
voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten en
investeringskredieten en eventuele bijstelling van het beleid.
4.Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan van
verplichtingen een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet
aan de raad voor.
Artikel 5 Tussenrapportage
1.Het college presenteert aan het begin van ieder jaar een planning van de
Maatschappelijke Effecten en Beleidsvoornemens.
2.Het college informeert de raad door middel van minimaal twee
tussenrapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van
het lopende boekjaar.
3.De rapportage geeft een overzicht van de voortgang maatschappelijke
effecten en beleidsvoornemens. Als bijlage bij de tussenrapportage worden de
bijstellingen van de baten en lasten in het begrotingsjaar alsmede een
overzicht van de stand van zaken van de lopende projecten i.c. kredieten
gepresenteerd.
4.Voor de uitvoering van de beleidsvoornemens in het begrotingsjaar is de
procedure van toepassing volgens de bij deze verordening behorende Bijlage 1
‘Procedure beleidsvoornemens lopend jaar’.
5.Voor de voorbereiding van beleidsvoornemens voor de daarop volgende 3
jaren is de procedure van toepassing volgens de bij deze verordening
behorende Bijlage 2 ‘Procedure beleidsvoornemens komende jaren’.
Financieel beleid.
Artikel 6 Waardering en afschrijving vaste activa
1.Kosten voor onderzoek en ontwikkeling (haalbaarheidsonderzoek et cetera)
voor een bepaald actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in
maximaal 5 jaar afgeschreven.
2.Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de
exploitatie gebracht.
3.De afschrijvingslasten worden berekend over de boekwaarde aan het begin
van het dienstjaar. Als in de loop van het dienstjaar investeringen gedaan
worden, heeft dit geen effect op de afschrijvingslasten in het
dienstjaar.
4.De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35
van het BBV, worden lineair afgeschreven in maximaal:
Gronden en terreinen
Grond Geen
Woonruimten, bedrijfsgebouwen
Gebouwen 40 jaar
Semi-permanente voorzieningen 20 jaar
Renovatie/bouwkundige aanpassingen 25 jaar
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Riolen, putten en kolken 60 jaar
Persleidingen riolering 45 jaar
Rioolgemalen bouwkundig 45 jaar
Rioolgemalen mechanisch/elektrisch 15 jaar
Drukriolering bouwkundig 45 jaar
Drukriolering mechanisch/elektrisch 15 jaar
Randvoorzieningen riolering bouwkundig 60 jaar
Randvoorzieningen riolering mechanisch/elektrisch 15 jaar
Vervoermiddelen
Groot materieel brandweer 15 jaar
Voertuigen 10 jaar
Machines, apparaten en installaties
Technische installaties 15 jaar
Verkeersregelinstallaties 15 jaar
Telefooncentrales 10 jaar
Kantoor- en huishoudelijke apparatuur (foto, repro, koeling) 5 jaar
Machines en gereedschappen ** jaar
Overige materiële vaste activa
Hekwerken e.d. 20 jaar
Meubels en inventaris 15 jaar
Buiteninventaris (speeltoestellen) 10 jaar
Automatisering hardware 4 jaar
Automatisering software 5 jaar
Automatisering licenties 3 jaar
Van de hier genoemde afschrijvingstermijnen kan bij raadsbesluit worden
afgeweken.
Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk nut
worden onder aftrek van bijdragen van derden ten laste van de exploitatie
gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van
activering wordt het actief lineair als volgt maximaal afgeschreven:
-----------------------
De afschrijvingstermijn is afhankelijk van soort en type in combinatie met
technische en economische levensduur.
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Aanleg sportvelden 30 jaar
Renovatie sportvelden 15 jaar
Wegen/terreinverhardingen 25 jaar
Asfaltwerken (toplaag) 15 jaar
Vijvers 15 jaar
Kunstwerken 20 jaar
Openbare verlichting 35 jaar
6.Het uitgangspunt is dat materiële vaste activa met een verkrijgingprijs
van minder dan € 10.000 niet worden geactiveerd, uitgezonderd gronden en
terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd.
7.Geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden, zoals bedoeld in
artikel 36 van het BBV, worden niet afgeschreven maar zo snel mogelijk ten
laste van het vermogen afgewaardeerd.
Artikel 7 Kostprijsberekening
1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten
betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
diensten.
2.Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen
van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa,
de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en
afvalstoffenheffing de compensabele BTW.
3.Voor rentetoerekening aan de activa wordt een vast percentage gebruikt.
Dit percentage wordt expliciet in de financieringparagraaf van de begroting
genoemd. Voor de berekening van de rentetoerekening is de boekwaarde op 1
januari van het diensjaar leidend.
Artikel 8 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
prijzen
1.Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
gemeentelijke tarieven voor belastingen, rioolheffing en
afvalstoffenheffing. De raad stelt deze tarieven bij verordening vast.
2.De hoogte van de gemeentelijke tarieven, heffingen en prijzen voor de door
de gemeente verstrekte diensten, wordt door de raad bij verordening
vastgesteld.
3.Het college biedt jaarlijks de raad een nota aan met de kaders voor de
prijzen voor de uitgifte van gronden (Grondnota). De raad stelt de nota
vast.
Artikel 9 Financieringsfunctie
1.Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
voor:
a.het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van
overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde
kaders van de begroting uit te voeren;
b.het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals
renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;
c.het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van een voldoende
rendement op uitzettingen;
d.het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het
beheren van de geldstromen en financiële posities.
2.Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de
volgende richtlijnen in acht:
a.het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend bij 's
Rijks schatkist;
b.het gebruik van derivaten is niet toegestaan;
c.voor het aantrekken van financieringen met een looptijd van 1 jaar of
langer worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële
ondernemingen aangevraagd;
d.overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen
of het verlenen van garanties luiden in euro's (€).
3.Alle acties die het college verricht met het oog op de
financieringsfunctie worden gebaseerd op de spelregels zoals die verwoord
zijn in het treasurystatuut.
4.Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn
besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen,
verstrekkingen van garanties en financiële participaties.
Financieel beheer en interne controle
Artikel 10 Administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is
voor:
a.het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
gemeente;
b.het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
activa, voorraden, vorderingen en schulden, enzovoort;
c.het verschaffen van informatie over het meerjarig verloop van de
budgetten, uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten
en voor het maken van kostencalculaties;
d.het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de
gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke
effecten van het gemeentelijke beleid;
e.het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid
en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde
beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;
f.de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan
ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de
doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
regelgeving.
Artikel 11 Interne controle
Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en
de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de
jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking
en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
college maatregelen tot herstel.
Artikel 12 Misbruik en oneigenlijk gebruik
Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van
misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
eigendommen.
Financiële organisatie
Artikel 13 Financiële organisatie
Het college zorgt voor en legt vast:
a.een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige
toewijzing van de gemeentelijke taken aan de organisatieonderdelen;
b.een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan
en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en
beheersorganen is gewaarborgd;
c.de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
investeringskredieten;
d.de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie middels een
treasurystatuut;
e.de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en
baten aan de producten van de productraming en de productrealisatie.
Slotbepalingen
Artikel 14 Inwerkingtreding
1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.
2.Deze verordening treedt in de plaats van de “Financiële verordening
gemeente Laarbeek 2011” vastgesteld door de raad op 13oktober 2011.
Artikel 15 Citeertitel
Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de naam
“Financiële verordening gemeente Laarbeek 2014”.
Hoofdstuk
Artikel 3
Inrichting begroting en jaarstukken
Onderdeel van Financiële verordening gemeente Laarbeek 2014